sportcolumn voor de Volkskrant van vandaag
14/12/09 07:57
NK POETRY SLAM
Zaterdag jl. had de finale van het NK Slam plaats in Utrecht. De dichteres Ellen Deckwitz, die als vrouwelijke deelnemer het NK had gehaald, speelde haar tien rivalen moeiteloos naar huis en won de Gouden Vink, genoemd naar wijlen Simon Vinkenoog.
Het zal niet snel op Studio Sport komen, maar Nederland kent een bloeiende optreedcompetitie van een paar honderd overwegend jonge dichters. Ze komen het hele jaar door tegen elkaar uit in lokale Poetry Slams. De winnaars van die voorrondes doen mee met de plaatselijke finale. De winaars daarvan staan dan weer op het jaarlijkse NP Poetry Slam.
Er is veel voor te zeggen om Poetry Slam te beschouwen als een jurysport, die voor wat betreft de beoordeling niet eens zo heel erg verschilt van turnen, figuurzwemmen of dressuur. Men neme een geschikte horecalocatie en acht tot twaalf dichters. Alle dichters lezen in de eerste ronde drie minuten voor ten overstaan van een driekoppige jury en publiek. Die jury, die kan bestaan uit oude slamkampioenen, recensenten of literatuurwetenschappers, deelt cijfers uit op een schaal van 1 tot 10. Die schaal is wat theoretisch; uit piëteit wordt er zelden lager beoordeeld dan een 5 en een hoger cijfer dan 9 wordt beschouwd als ongeloofwaardig. Daarnaast heeft het publiek ook een (luide) stem; bij het NK wordt de winnende dichter bepaald door een combinatie van jurycijfers en de hoeveelheid bijval die de applausmeter heeft geregistreerd.
Van de eerste ronde gaan er vijf dichters door naar de tweede ronde, waarin elke dichter iets langer optreedt. De twee beste dichters van deze ronde staan tegenover elkaar in een finale battle, waarin ze om en om gedichten voordragen. De bedoeling is dat de dichters elkaar ook verbaal proberen aan te vallen, maar omdat dichters nu eenmaal geen freestyle rappers zijn, gaat die intentie soms enigszins verloren.
Een doorslaggevend argument om Poetry Slam als een sport te beschouwen, is dat de deelnemers flink moeten oefenen – in principe brengt een slammer al zijn gedichten uit zijn hoofd - en strategisch moeten denken. Tijdens de eerste ronde moet je binnen drie minuten de indruk wekken dat het leuker is om jou nog een keer terug te horen dan de helft van je tegenstanders. In de tweede ronde moet je sterker zijn dan in de eerste, dus je dient je repertoire goed te verdelen. In de laatste ronde hangt zoveel af van je tegenstander, dat je je daar nauwelijks op kunt voorbereiden; je kunt dus geen vooraf gepland setje gedichten afdraaien.
In alle rondes moet je je publiek bespelen als een volleerd retoricus en je strategie aanpassen op de optredens van anderen en de reacties uit de zaal. Een goede slamdichter kan acteren, presenteren, improviseren – en o ja, je moet ook nog een flink aantal geweldige gedichten hebben geschreven.
Zaterdag jl. had de finale van het NK Slam plaats in Utrecht. De dichteres Ellen Deckwitz, die als vrouwelijke deelnemer het NK had gehaald, speelde haar tien rivalen moeiteloos naar huis en won de Gouden Vink, genoemd naar wijlen Simon Vinkenoog.
Het zal niet snel op Studio Sport komen, maar Nederland kent een bloeiende optreedcompetitie van een paar honderd overwegend jonge dichters. Ze komen het hele jaar door tegen elkaar uit in lokale Poetry Slams. De winnaars van die voorrondes doen mee met de plaatselijke finale. De winaars daarvan staan dan weer op het jaarlijkse NP Poetry Slam.
Er is veel voor te zeggen om Poetry Slam te beschouwen als een jurysport, die voor wat betreft de beoordeling niet eens zo heel erg verschilt van turnen, figuurzwemmen of dressuur. Men neme een geschikte horecalocatie en acht tot twaalf dichters. Alle dichters lezen in de eerste ronde drie minuten voor ten overstaan van een driekoppige jury en publiek. Die jury, die kan bestaan uit oude slamkampioenen, recensenten of literatuurwetenschappers, deelt cijfers uit op een schaal van 1 tot 10. Die schaal is wat theoretisch; uit piëteit wordt er zelden lager beoordeeld dan een 5 en een hoger cijfer dan 9 wordt beschouwd als ongeloofwaardig. Daarnaast heeft het publiek ook een (luide) stem; bij het NK wordt de winnende dichter bepaald door een combinatie van jurycijfers en de hoeveelheid bijval die de applausmeter heeft geregistreerd.
Van de eerste ronde gaan er vijf dichters door naar de tweede ronde, waarin elke dichter iets langer optreedt. De twee beste dichters van deze ronde staan tegenover elkaar in een finale battle, waarin ze om en om gedichten voordragen. De bedoeling is dat de dichters elkaar ook verbaal proberen aan te vallen, maar omdat dichters nu eenmaal geen freestyle rappers zijn, gaat die intentie soms enigszins verloren.
Een doorslaggevend argument om Poetry Slam als een sport te beschouwen, is dat de deelnemers flink moeten oefenen – in principe brengt een slammer al zijn gedichten uit zijn hoofd - en strategisch moeten denken. Tijdens de eerste ronde moet je binnen drie minuten de indruk wekken dat het leuker is om jou nog een keer terug te horen dan de helft van je tegenstanders. In de tweede ronde moet je sterker zijn dan in de eerste, dus je dient je repertoire goed te verdelen. In de laatste ronde hangt zoveel af van je tegenstander, dat je je daar nauwelijks op kunt voorbereiden; je kunt dus geen vooraf gepland setje gedichten afdraaien.
In alle rondes moet je je publiek bespelen als een volleerd retoricus en je strategie aanpassen op de optredens van anderen en de reacties uit de zaal. Een goede slamdichter kan acteren, presenteren, improviseren – en o ja, je moet ook nog een flink aantal geweldige gedichten hebben geschreven.
Soms moeten mannen even weg
13/12/09 00:06

Ellen Deckwitz, een van de leden van het Utrechts Dichtersgilde, is zojuist overtuigend kampioen geworden op het NK Poetry Slam 2009. Mooie avond, geweldige deelnemers, een mooie finale en, voor zover ik het kan overzien, een terechte winnaar. Hoera!
[Sleeker_special_clear]