in memoriam Van der Graft
Een zoon omhelst zijn vader nu hij sterft.
Het lijkt of de een in de ander verdwijnt,
maar dichters verdwijnen niet in zonen.
Ze wonen bij leven al half in de taal,
lijfeigen. Als er geen woord meer bestaat
voor de liefde, de dood en de poëzie,
deze drie, zullen zij zwijgen – eerder niet.
Een dichter plant woorden als appelbomen
in zijn gaarde, vroedmeester, tuinman en kraai
tegelijk. Een dichter slaat een bladzijde om
als een straathoek Awater. Hij dicht zich
een deur naar het licht en stapt erdoor.
DRIE DROMEN UIT HET ZUIDOOSTEN
Ik droomde dat ik niets gedoogde. Ik was reuze
serieus, citeerde boeken die ik nauwelijks gelezen
had, bedacht eerst een oplossing, dan het probleem.
De ochtend daarop kwam ik moeilijk uit bed, alsof
iemand me een kopstoot had verkocht terwijl ik sliep.
Tweede droom: er was een bokswedstrijd, één dichter
tegen vierentwintig kamerleden. Dat leek oneerlijk
totdat bleek dat niemand me zag staan; iedereen
was bezig om elkaar knock-out te slaan, zeker
drie mannen stompten zichzelf voor het hoofd.
Hier en daar werd me gevraagd of ik misschien óók
een muilpeer uit wou delen, maar voordat ik iemand
had geraakt hingen ze allemaal al bloedend in de touwen,
gemompelde excuses: sorry sorry van de buurvrouw
en de porno en het schoolhoofd en de telefoon.
Derde droom: ik las een krant die plotseling
tot leven kwam en het Wilhelmus zong.
Een Vandaag, 19-11-2010
DE LAATSTE DAG
in memoriam Peter Vos (1935-2010)
Als het dan moet, dacht je misschien,
doe het dan maar in november, als
de hemel je schutkleuren draagt,
als het nog nergens te laat voor is,
de grond nog nét zacht genoeg
voor je blinde mollenhart.
Als het dan moet, dan wanneer
de dagen zichtbaar korter worden,
zodat er tijdig iets kan ingeschonken
op de kunst, op zonen en vaders,
of gewoon tegen de zenuwen.
Gele bladeren buitelen door de stad.
Op elk blad staat een dier: uilen, muizen,
mezen, hazen, mensvogels, vogelmensen.
Een tapijt van mussen, zwart geringd,
scharrelt over het pad, niemand tekende
ze beter. Geen mus, geen mens
zal Vos vergeten.

GIerzwaluw, uit: Peter Vos - tekenaar, L.J. Veen, 1995
Beluister de audio van Rietvelds laatste nachtVERDRIET IS HET WOORD NIET
Bij het vertrek van J.P. Balkenende
Natuurlijk is het geen verdriet. Berusting misschien,
in het licht van de eindigheid van ieder tijdperk
van Nero tot nu. Uw woorden zijn de mijne niet.
Ik stel me voor hoe u straks uw torentje uitruimt,
een doos vol ordners naar beneden draagt. Twee
fotolijstjes en een rolodex. Een verstofte ficus.
Ik zie u nog zitten, in die bolide, met glimmende
ogen – zo hard gas kunnen geven, om na al die
bochten weer uit te komen waar u begon. Of het
skateboard dat u beklom: houterigheid op hout,
klaar voor de val. Dat T-shirt met Fuck drugs
over uw overhemd, het biertje in de rechterhand,
op een bepaalde manier hield ik toen van u.
Ik heb bijna gebeden om deze dag. Hoewel, nu u
daadwerkelijk vertrekt, gadegeslagen door de gieren
van machtsgeil, gedoogziek gekift, besef ik dat ik
iets zal missen. Als u het zelf niet bent, misschien
dat vreemde, eeuwige fatsoen waar u voor stond.
Verdriet is het niet, minister-president: maar toch,
omdat u vocht en soms won, een droge hand
van deze goddeloze onderdaan, een laatste
armzwaai namens dit zinkende land.
i.o.v. Eenvandaag

Anton Geesinkstraat
Het is de eerste herfstdag in de Anton Geesinkstraat.
Mensen lopen langs Murk, hun kraag omhoog, hier
en daar gaat de verwarming weer aan. Hoeveel leegte
je achterlaat is niet alleen een kwestie van omvang.
Je was de man van de tiende Dan, een wandelende berg,
hoger dan de Dom, groter nog onder de rijzende zon.
Van Atlas op de judomat en Samson op het witte doek
naar twee kunststof knieën is nog een leven lang sjouwen.
Het regent en ik loop door jouw straat in onze stad,
langs het bestaan dat je achterlaat, eenzame worstelaar
met de wereld – een man die vocht en overwon, iedereen
te sterk af geweest, geen judoka die je hebben kon –
uiteindelijk alleen je grote hart, je eigen lichaam
dat je in de houdgreep dwong.
29-8-2010, voor AD Utrechts Nieuwsblad
Heytze bedankt Mark Tuitert
Ingmar Heytze maakte in maart 2010 zijn debuut in de landelijke reclameblokken met een van de tien spotjes waarin de afzwaaiende hoofdsponsor Aegon de schaatsers bedankt; klik op het plaatje om de ode te zien en te horen. Zie alle tien de filmpjes hier!.

VERKIEZINGSGEDICHT | audio
‘Poëzie is een daad van bevestiging.’
Remco Campert
Stemmen is ook een daad van bevestiging.
Je legt vast, een beetje moedeloos misschien,
dat je nog steeds geloof hecht aan het recht
van elke gek om links of rechts een rondje
rood te maken. Je weet het best, je ziet
niet half hoe goed het hier geregeld is, met
potloodstreken waarin steeds weer wordt
gegumd of bijgekleurd, zodat er nooit
iets werkelijk gebeurt: in deze stad gaat alles
rond, wat zich opwindt loopt gewoon weer af,
wie geen gewicht heeft, valt vanzelf omhoog.
De wereld lag er maakbaar bij vandaag.
Ik ging uit stemmen in een gymzaal en hield,
volgens voorschrift, het potlood droog.
3 maart 2010, voor het AD-UN
ALS JE NU NOG
Als je nu nog wegvaart, Laura, weg uit het
benauwde binnenwater, door ons kaarsrecht
kanaal van formulieren, graait een kraken
naar je boot met lange armen van papier.
Als je nu nog wegvaart, Laura, de gretige,
wijd open kaken van de oceaan in, schuilen
wij huiverend voor het water achter dijken
van leerplicht en voogdij. Als het stormt
in onze hoofden, Laura, erger dan op zee,
dan komt dat omdat iets in ons met je mee
wil varen, maar niet durft. Daarom houden
we je liever hier. Niemand heeft gelijk, wij
evenmin als jij – maar Laura, als je wegvaart
zal ik zwaaien, als je weg bent zal ik duimen,
als je doodgaat zal ik huilen en wanneer je
veilig terug bent zal ik zeggen: zie je wel.
28-08-2009: Ingmar Heytze i.o.v. EénVandaag een gedicht voor Laura Dekker.