18 April 2010

De mens geeft, het water neemt

3512-4
Wie aan het water woont, maakt geschiedenis. Wonen aan het water betekent namelijk: vroeg of laat dingen in dat water laten vallen die je er met geen mogelijkheid meer uit kunt vissen. De mens geeft, het water neemt. Wie aan het water woont, is hofleverancier van toekomstige archeologische vondsten.
Vorige week mocht ik optreden tijdens de maandelijkse Vorlesebühne in houtzaagmolen De Ster. Die avonden worden georganiseerd door de Utrechtse auteur Bernhard Christiansen. Hij pikte het idee op in Berlijn; daar lezen vaste kleine groepjes schrijvers kort proza voor, meestal over de ellende van alledag. Tussendoor klinkt er af en toe een lied, een dialoog een of hoorspel. De Utrechtse variant schijnt iets meer absurdistisch en theatraal te zijn; Zo nu en dan is er, in de woorden van Christiansen, zelfs ruimte voor ‘een kleine vreemde soap’.
Over de avond kan ik kort zijn: daar moet u eens gaan kijken, als u houdt van alternatief literair locatietheater en niet allergisch bent voor zaagsel en houtsnippers. De voorstelling begon later dan gepland, omdat de sleutels van de loopbrug in de sloot waren beland. Omdat het hek die nacht ook weer op slot moest, was het van vitaal belang om ze op te dreggen voordat het donker werd.
Nu heb ik een flink deel van mijn jeugd doorgebracht in de polders tussen Westbroek en Maarssen. Het vakantiehuisje, waar we nog steeds komen, staat half op het water en half op een smal akkertje. Het is al in de familie sinds de Tweede Wereldoorlog. Op oude foto’s zien we een wankel bouwsel van rietmatten en oude deuren. Ik keek als klein jongetje toe hoe mijn vader het langzaam maar zeker herbouwde tot een mooi, stevig planken huis met steigers rondom. Gedurende die jaren heb ik het assortiment van een kleine bouwmarkt het veen in zien plonzen. Klauwhamers, houtboren, schroevendraaiers, ijzerbeslag, kleingeld, twee armbanden en een waterproof metalen polshorloge liggen te wachten op expositie in het Museum voor Oudheden dat zo rond 3010 haar deuren zal openen. Het is in al die jaren zo zelden gelukt om een verloren stuk metaal weer naar boven te krijgen, dat ik bijna zeker weet dat die sleutelbos niet meer boven water komt.
Aardig gegeven voor een nieuw gedicht of prozastuk: dat ze uitgerekend in een zaagmolen niet op het idee komen om een stuk hout aan hun sleutelbossen te hangen.
[Sleeker_special_clear]