Benali aan de Maliebaan
21/05/10 09:02 Filed in: 3512

Woensdagavond jl. stond Utrecht centraal in de vierde aflevering van de NPS-serie ‘Benali in Boeken’, waarin de schrijver Abdelkader Benali op zoek gaat naar de ziel van een schrijversstad – een linkse hobby waarvoor ik graag mijn toestel inschakel en een zak popcorn in de magnetron schuif. Voor Utrecht werden het verhaal van Manon Uphoff en dat van mij in elkaar geweven tot een Domsteeds tweeluik.
Het werd een aardig halfuurtje, voor zover ik het kan beoordelen. Wat mensen zeggen over de Neudeflat, denk ik ook over mezelf: het voordeel van in mijn hoofd leven is dat ik er zelf niet de hele tijd tegenaan hoef te kijken.
Of het programma veel te maken had met Utrecht, weet ik niet. Maar ik weet ook niet wat Utrecht is. Deze stad is te oud en te caleidoscopisch om in twee, drie blikken te vangen. Bovendien is er al lang niet meer één Utrecht. Het is een uitdijende verzameling: Lombok-Utrecht, Kanaleneiland-Utrechten, Vogelenbuurt-Utrecht, Parkhaven-Utrecht, VINEX-Utrecht et cetera. De focus op de historische binnenstad is begrijpelijk, omdat daar nu eenmaal onze stokoude wortels liggen. Maar wie te lang naar één puzzelstukje staart, krijgt tranende ogen en kramp in zijn nek.
We zagen het Utrecht waarover Manon Uphoff en Benali het met elkaar eens konden worden. Het Utrecht van macht en verval, het ingekeerde Utrecht, het Utrecht waar de schaamte als stof in de kelders hangt, het Utrecht dat verkeerd koos, het Utrecht dat rehabilitatie zoekt terwijl het liever wil vergeten waarvoor. Het bracht hen samen in de kelders van het voormalige NSB-hoofdkwartier aan de Maliebaan, waar de slogan ‘dood is dood’ op de muur is gezet. Dat Utrecht, die stad van verborgen bederf, is natuurlijk een goudmijn voor een schrijver. Als je in die ader eenmaal een pen hebt gezet, blijf je hakken, wrikken en peuren. In het geval van Manon Uphoff levert dat een urgent, prachtig en geheimzinnig oeuvre op.
Ik mocht een iets vrolijker rol op me nemen: die van rondstuiterende blije eikel, de oprechte enthousiasteling over Utrecht, die bij een bouwput al gelukkig wordt van wat er misschien voor moois gaat komen. Zo kijk ik er ook werkelijk tegenaan. Meestal.
Ik weet niet welk Utrecht echter is. Ik weet zeker dat er minstens 300.000 Utrechten zijn, als evenzoveel spiegels van de zielen die er verblijven. Het wordt een mooie dag vandaag. Verlaat uw kelders. Ga uit wandelen in uzelf.
[Sleeker_special_clear]