NATIONALE ROUW

Ik heb het allemaal gezien. Papieren, boeken en het aapje in het gras.
Dat aapje, later in een vreemde hand als trofee, of nee, een machteloos
gebaar van iemand die ook maar een vader was. Wie zegt je wat je ziet,

wie spint er garen bij, wie telt zijn geld. Wie slikt zijn tranen weg en gaat
kapot. Wie eigent zich de tranen van een ander toe. Ik heb ze allemaal
gehoord, de namen, de colonne die zich hemeltergend traag een weg

naar huis moest banen uit een land waar je nog niet dood gevonden
wil worden. Ik heb het allemaal bekeken. Het loopt uit onder mijn ogen,
net zolang totdat ik niets meer weet dan dit: wanneer het om de zee gaat

zijn er kinderen die de branding in rennen, de eerste keer, en kinderen
die zeggen: ‘Het is te veel, breng me naar huis.’ Zo’n kind ben ik,

ik sta er voor en kijk er naar en wil er ergens in maar de rouw is zwart,
de rouw is diep, de rouw is koud. Ik wil naar huis. De rouw is te groot.

Ingmar Heytze


nationale rouw